“Is mijn kind een beelddenker?”

Dit is dé vraag die ouders van kinderen met een leerprobleem zich stellen als ze over beelddenken horen of lezen. Belletjes van herkenning rinkelen. In dit blog geef ik je de vijf belangrijkste aanwijzingen voor beelddenken die ik tegenkom bij kinderen en wat je kan doen voor jouw kind als je deze herkent.

Wat beelddenken is
Met beelddenken wordt bedoeld dat iemand van nature denkt in beelden (plaatjes, filmpjes). Dit gaat vanzelf. Je hoort iets en meteen heb je een beeld ervan op je netvlies. Je ziet wat je hoort. Beelddenken is voorkeursdenken van het brein. Je ziet meteen een plaatje voor je. Kenmerkend hierbij is denken in gehelen, verbanden, associaties en ruimtelijk inzicht en gevoel voor ritme en creatie.

5 aanwijzingen dat jouw kind denkt in beelden

1. Je kind heeft behoefte aan overzicht
Hij wil weten waar hij aan toe is. Dit geeft houvast en rust. Overzicht werkt voor hem goed bij schoolwerk (wat hoort er allemaal bij, wanneer ben ik klaar) en ook in sociale situaties, zoals op visite gaan (wie zijn er, wat doen we, wat wordt er van mij verwacht). 

Over’zicht’ is het plaatje waar zijn brein zo van houdt. Letterlijk iets voor zich zien helpt daarbij. Gebruik bijvoorbeeld een planbord of maak een tekeningetje van een situatie.

2. Je kind vraagt opvallend vaak waarom iets zo is
Hij houdt van de essentie van dingen. Ook bij lesstof heeft hij het nodig om eerst te weten waarom hij dit moet leren. Dit geeft hem motivatie om te kunnen leren. Iets leren moet voor hem wel nut hebben. Hij moet er zich verbonden mee voelen.

Accepteer zijn waaromvragen. Daardoor stimuleer je je kind om te vertrouwen op zichzelf. Zijn vragen mogen er zijn. Wees samen nieuwsgierig als een kind.

3. Hij heeft een sterke beleving
Als je kind over een gebeurtenis vertelt, begint hij waar zijn gedachten zijn, alsof hij er weer midden in zit. Je ziet aan zijn gezicht dat hij als het ware opnieuw beleeft wat hij vertelt.

Beleving heeft hij nodig om lesstof te verwerken. Je kind moet eerst kunnen begrijpen (beleven) wat bepaalde informatie betekent voordat hij er iets mee kan doen. Maak informatie visueel met een krabbeltje of een afbeelding of filmpje.

Of, nog idealer, maak informatie tastbaar, dit geeft letterlijk de mogelijkheid om te  be’grijpen’. Veel beelddenkende kinderen vinden bijvoorbeeld keersommen heel moeilijk om te onthouden. Het helpt hen om getallen te ervaren. Met aantallen legosteentjes bijvoorbeeld. Of met spijkers, als je kind van timmeren houdt, of wat je maar in huis hebt. Dingen van dichtbij geven betekenis.

4. Wanneer jullie in gesprek zijn, valt je iets op aan zijn kijken
Als je kind naar je luistert is het een soort staren wat je hem ziet doen. Hij ziet in zijn hoofd iets voor zich. En als hij zelf iets vertelt, kijkt hij je niet aan, niet echt. Dit laatste was voor mij een grote eyeopener. Ik kan zelf ook niet goed iemand aankijken als ik iets vertel. Door wat ik ondertussen weet over beelddenken weet ik hoe dit komt. Het zoeken naar woorden kost extra moeite. En daarbij: tegelijk praten en iemand aankijken is verwarrend omdat je ogen wat anders zien dan datgene waarover je wilt vertellen.

Je kunt je kind helpen, als hij dat wil, door het aankijken te oefenen. Leg hem uit dat de meeste mensen het belangrijk vinden om elkaar aan te kijken, omdat je hierdoor gemakkelijker prettig samen kunt zijn. Herinner je kind af en toe eraan kort iemand aan te kijken als hij iets vertelt. En benoem het (na zijn verhaal) als je hem dit zag doen zodat hij zich hier bewuster van wordt.

Onderbreek je kind niet als je naar hem luistert. Daarmee voorkom je dat hij spanning opbouwt omdat hij zijn verhaal niet kwijt kan. Geef hem tijd om zich te verwoorden.

5. Jij of de andere ouder herkent zichzelf in kenmerken van beeldenken
Of zelfs jullie allebei. In de praktijk lijkt het er op dat beelddenken erfelijk is.

Door beelddenken bij jezelf te herkennen, begrijp je je kind gemakkelijker. Dat hij zich beter door jou begrepen voelt is voor hem van onschatbare waarde.

Je kind ontspant en groeit als zijn beelddenkende kant mee kan doen. En als hij doet waar hij goed in is, geeft hem dit zelfvertrouwen voor het ontwikkelen van zijn andere, talige, kant. Leren is leuk!

Loopt jouw kind vast op school en wil je vrijblijvend ideeën verkennen over beelddenken bij jouw kind? Mail me voor een afspraak: ankestegenga@dewittekatcoaching.nl of bel 06-29505040

Beelddenken loste mijn rekenprobleem op

Beelddenken loste mijn rekenprobleem op

Wat kan beelddenken betekenen voor je kind als het moeite heeft met leren? In dit blog vertel ik je hoe beelddenken mij als kind hielp bij het oplossen van een rekenprobleem. En nog meer dan dat, het gaf me de ervaring: “ik kan rekenen!” Met mijn verhaal wil ik je een inkijkje geven in hoe een kind een leerprobleem ervaart en hoe een voor de hand liggende oplossing hem brengt van ‘ik kan dit niet’ naar ‘ik kan dit wel’. Zodat jij jouw kind beter kan begrijpen en helpen.

 

Het probleem

Ik was 11 jaar en rekenen was voor mij een struikelblok. Altijd al. Dit maakte dat ik me dom voelde tussen mijn klasgenootjes die wel snapten wat ze moesten doen met de sommen. Hierdoor was ik gaan geloven dat ik slecht was in rekenen. Zo staarde ik me blind op een driehoek waarvan ik de oppervlakte moest uitrekenen. De meester legde de som nog eens uit. Maar ik begreep de bedoeling niet, zag het niet. Hij had net zo goed niets kunnen uitleggen. Ik was alleen met een onbegrijpelijke som.

 

Oplossen door beelddenken

En toen, op een dag, kregen we die ene stagiaire. Ze was aardig en geduldig. Ik voelde me me op haar gemak bij haar; dat was belangrijk voor een gevoelig kind zoals ik. Ze had hokjespapier bij zich. Ik was nieuwsgierig, want ze ging met ons rekenen op een andere manier. En weer waren het de oppervlaktesommen met de driehoeken. Maar nu leerde zij ons ze oplossen door het tekenen van hulplijnen en inkleuren van vlakjes. Nu zag ik de bedoeling! Deze stagiaire gaf me de ervaring dat ik kon rekenen. Doen, tekenen, vorm en kleur waren mijn helpers. Mijn plezier in rekenen kwam tevoorschijn. Wat een heerlijk gevoel. Ik begreep de sommen en kon ze maken.

 

Geniaal in zijn eenvoud

Tot dan toe had ik geleerd (zeg maar: moeten leren) op alleen de traditionele manier: logisch denken, volgorde, getalsbegrip. De uitleg ging in woorden. Dit zijn allemaal functies van de linkerhersenhelft. Maar ik had er geen beeld bij, geen voorstelling van wat ik aan het doen was. Daardoor kregen sommen voor mij geen betekenis. Wat de stagiaire deed was dat zij onze rechterhersenhelft aan het werk zette. Globaal zitten hier de functies die te maken hebben met beeld, vormen, kleuren, denken in gehelen, overzicht en ruimtelijk inzicht. Kort samengevat in het woord beelddenken. De stagiaire liet ons doen wat kinderen graag doen: gebruik maken van kleuren en iets maken. Kinderen zijn sterk met hun rechterhersenhelft.

 

Resultaat

Beelddenken was destijds, rond 1980, een onbekend begrip. Nu weet ik dat beelddenken het was dat mij hielp. Het is de andere ingang om te leren, om informatie te verwerken. Hierdoor kreeg ik de ervaring dat ik wèl kon rekenen. En ik vond het nog leuk ook, wie had dat gedacht.

Deze les sloeg bij mij in als een bom en ik ben hem nooit vergeten. Wat een verschil maakt het voor een kind als je begrijpt hoe hij het beste leert. Dat hij mag leren op zijn manier.

Klik hier als je jouw kind wilt helpen en meer wilt weten over beelddenken en leren op school.  

Niet uit de verf op school

Niet uit de verf op school

Dit is het verhaal van de jongen die grote, zelfbedachte bouwsels van lego maakt, maar lesstof op school niet begrijpt. Hoe is dit verschil mogelijk? En wat te doen zodat hij de lesstof wel begrijpt? Met dit verhaal geef ik je een voorbeeld van hoe je anders kunt kijken naar je kind en het probleem dat hij heeft met leren. En hoe je hiermee de sleutel in handen hebben naar wel kunnen leren op school.    

 

Op school een achterstand

Bart (laten we hem zo noemen) is 7 jaar en vrolijk van aard, maar ongelukkig in de klas. Want hij zit vooraan, dichtbij de juf. Dan kan ze hem gemakkelijk extra aandacht geven bij lesstof die hij moeilijk vindt. Maar Bart wil deze speciale plek niet. Dan is het net alsof hij niet bij de groep hoort. Dit geeft hem een verdrietig gevoel.

Bart kan niet zo goed lezen als de andere kinderen. Lezen? Dat vindt hij echt-niet-leuk. Spellen gaat steeds fout. En voorlezen ook, dan komt er een ander woord uit zijn mond dan er staat. Voor de lol een boekje lezen, dat heeft hij nog nooit gedaan.

 

In zijn vrije tijd een meester

Lego! Dat is zijn lust en leven. Hier gaat hij in op. Hij ‘be-leeft’ wat hij doet, is er deel van. Heel veel lego heeft hij ondertussen. Hij maakt er de mooiste en grootste bouwwerken van. Zoals een vliegtuig waar hij zelf in past. Niet van een voorbeeld nagemaakt, maar zelf bedacht.

Bouwen vraagt koppie-koppie. Leren op school vraagt ook koppie-koppie. Het lijkt net alsof zijn hoofd Bart op school in de steek laat.

Om het antwoord te vinden op zijn probleem nemen we even wat afstand. Als het ware draaien we ons naar Bart thuis, naar deze situatie. Wat vertelt dit kind over zichzelf als hij van lego zijn eigen vliegtuig bouwt, zonder tekening? Hij heeft ruimtelijk inzicht, overzicht en gebruikt kleuren en vormen, hij be-leeft wat hij doet, hij leert al doende. Hij heeft verbeeldingskracht.

 

Denken in beelden

Alle kleine kinderen laten verbeelding zien, elk op hun eigen manier: in spelen, doen alsof, dansen of originele dingen bedenken. Het denken gaat daarbij in plaatjes, beelden en gebeurtenissen.  Langzaam komen steeds meer woorden hun wereldje binnen. School versnelt dit proces: de focus ligt op het rationele, gedetailleerde, woordelijke denken. Verbeelding raakt naar de achtergrond.  

Maar als het beeldend denken van een kind sterk blijft, kan het gebeuren dat hij op school in de war raakt. Want zijn brein denkt in plaatjes. Terwijl hij iets moet doen met woorden. Dat is moeilijk. Het is net alsof hij woorden niet kan vinden in zijn hoofd. Soms merk je het zoeken naar woorden aan ‘uh…’ of ‘dinges’. Bovendien is er in de klas geen tijd om te schakelen tussen beelden en woorden. Met als gevolg: achterop raken en twijfel in eigen kunnen.

 

Een ander perspectief

Laten we de vraag hoe te voldoen aan verwachtingen van school omdraaien. Wat als Bart de essentie van zijn manier van leren gebruikt voor het leren op school? Dan past hij aspecten van bouwen, zoals overzicht en kleur, toe op lesstof. Bijvoorbeeld overzicht over wat hij moet leren en kleurgebruik in de leerstof. Het helpt hem om informatie die hij moet onthouden te vertalen naar plaatjes en beelden, zoals gekaderde plaatjes in een stripboek.  

Deze manier van verbeelden van informatie is wat hij leerde bij mij. We startten met de letters. Hier kun je een plaatje van maken door de letters overzichtelijk, in één oogopslag bij elkaar te zetten. Verdeeld over 4 regels onder elkaar, binnen een vierkant. Weg met de lange onoverzichtelijke rij van alle letters achter elkaar. Vanaf hier legden we opnieuw een basis voor lezen en schrijven.   

Op een dag, niet lang na de vierde en laatste sessie, zat hij voor het eerst met een boekje op de bank. Omdat hij daar zin in had. Zijn leesniveau op school groeide gestaag.

 

Vraag voor jou

Waar gaat jouw kind in op, wat maakt hem blij? Kijk zonder oordeel en schrijf op wat je ziet. Opschrijven helpt je om duidelijk te zien. Wat doet hij, wat kan hij goed? Hierin ligt zijn sleutel tot leren met plezier. Verbind dit met lesstof. Dan komt hij op school uit de verf.

Heeft jouw kind een leerprobleem en wil je hulp voor hem? Maak een vrijblijvende afspraak om met elkaar kennis te maken. Bel 06-29505040 of stuur een mail naar: anke@dewittekatcoaching.nl